<rss version="2.0"><channel><title>Alterra Nieuws en Agenda</title><link>http://www.alterra.wur.nl</link><copyright>Alle content © 2010 Wageningen UR. Alle rechten voorbehouden.</copyright><description /><managingEditor>kristel.klein@wur.nl</managingEditor><webMaster>kristel.klein@wur.nl</webMaster><generator>wever internet</generator><image><title>Alterra</title><link>http://www.alterra.wur.nl</link><url>http://www.alterra.wur.nl/wever.internet/images/alterra_logo.gif</url><width>250</width><height>43</height><description>Alterra</description></image><item><title>Beheer Eilandspolder-Oost onvoldoende voor Natura 2000</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Beheer_EilandspolderOost_onvoldoende_voor_Natura_2000.htm</link><pubDate>Thu, 04 Mar 2010 10:25:35 GMT</pubDate><guid>{39FB95C3-446E-41FE-BB32-3EEBD129622D}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>In de Eilandpolder-Oost zorgen stikstofdepositie, de waterkwaliteit en -kwantiteit en het (landbouwkundige) beheer ervoor dat de natuurdoelen voor dit Natura 2000-gebied op dit moment niet gehaald worden. De onderzoekers geven verder aan dat een Natura 2000-beheerplan voor de Eilandspolder-Oost alleen succesvol kan zijn als alle belanghebbenden actief worden betrokken bij het op te stellen beheerplan.</STRONG></P>
<P><IMG title="Eilandspolder-Oost" style="BORDER-LEFT-COLOR: #ffffff; BORDER-BOTTOM-COLOR: #ffffff; BORDER-TOP-COLOR: #ffffff; BORDER-RIGHT-COLOR: #ffffff" height="152" alt="" hspace="0" src="/NR/rdonlyres/39FB95C3-446E-41FE-BB32-3EEBD129622D/103245/EilandspolderOost300px.jpg" width="300" align="right" border="2" longDesc="">Dit blijkt uit onderzoek voor de Wetenschapswinkel van Wageningen UR is uitgevoerd door Alterra, onderdeel van Wageningen UR. Dit op verzoek van de Stichting Open Polders. De hoofdvraag van het onderzoek voor de Wetenschapswinkel is het ontsluiten van ecologische kennis en ervaring over de te beschermen soorten en habitattypen (de Natura 2000-doelen) en de eisen die zij stellen aan inrichting en beheer van het gebied. Daarvoor zijn eerst de natuurdoelen ecologisch beschreven. Op basis van ecologische beschrijvingen van soorten en habitattypen benoemen de onderzoekers een groot aantal aan concrete inrichtings- en beheermaatregelen voor het toekomstig beheer van de Eilandspolder-Oost, gelegen tussen de Beemster en de Schermer in Noord-Holland. Het rapport onderscheidt gebundelde maatregelen rond water, stikstof, inrichting, graslandbeheer en kennis.</P>
<P>Voor een aantal vogelsoorten in het gebied wordt door boom- en struikopslag en het verruigen van riet- en graslanden de instandhoudingsdoelstelling niet gehaald. Van de grutto is bijvoorbeeld het aantal pleisterende en daarmee ook het aantal broedparen sterk afgenomen. Er is een wisselwerking tussen de kwaliteit van de broedgebieden en de verzamel- en slaapplaatsen. Voor en na het broedseizoen moeten die plaatsen namelijk permanent plasdras zijn of ondiep water bevatten.</P>
<P>Voor het nog marginaal aanwezige veenmosrietland is de stikstofdepositie (vermesting) te hoog. Daardoor verdwijnen kenmerkende soorten en kan dit habitattype zich niet handhaven. Minder bemesting binnen en buiten het gebied, en minder en schoner verkeer kan dit probleem deels oplossen. Ook het huidige maaibeheer wordt niet goed uitgevoerd. Maaisel wordt namelijk niet afgevoerd, waardoor de aanwezige stikstof dus in het lokale ecosysteem blijft.</P>
<P>Veenmosrietland houdt van natte voeten, ‘s winters natter dan ‘s zomers. Voor het agrarisch gebruik is het nu juist andersom. Daarnaast zou de waterstand omhoog moeten en zou de onderbemaling moeten stoppen. Er kunnen dan weer overgangen ontstaan van water naar land waardoor zowel planten als dieren meer kansen krijgen. Voor veel planten en dieren onder en boven water is het bovendien belangrijk dat het water schoner wordt, met minder meststoffen. De onderzoekers constateren ook kennishiaten over de verblijfplaatsen van de vissoorten en de prioritaire Noordse woelmuis. Waar bevinden zich de hotspots? Met die kennis kunnen beheerders een gefaseerd baggerplan opstellen dat rekening houdt met deze soorten.</P>
<P><STRONG class="paragraph_titel_2">Natura2000<BR></STRONG>In het kader van Natura2000 heeft Nederland zich verplicht om gebieden aan te wijzen voor soorten en habitattypen die Europees bedreigd zijn. Eilandspolder-Oost, een van de 162 Natura2000-gebieden in Nederland is aangewezen voor twee habitattypen, acht soorten vogels, twee soorten vissen en een zoogdiersoort (Noordse woelmuis). Een beheerplan wordt voorzien in 2010. De verantwoordelijke overheid voor Natura2000 (Ministerie van LNV) en die voor het beheerplan (de Provincie Noord-Holland) willen graag een zo groot mogelijk draagvlak voor het beheerplan verwerven. </P>
<P>Om een constructieve bijdrage te leveren aan de discussies rond het beheerplan heeft de Stichting Open Polders aan de Wetenschapswinkel van Wageningen UR gevraagd een rapport op te stellen waarmee ook niet-ecologisch deskundigen het op te stellen beheerplan kunnen beoordelen. Het rapport dient daarmee een bijdrage te leveren aan de discussie rond de inrichting en het beheer van het gebied gelet op de soorten en habitattypen waarvoor het gebied is aangewezen. Het rapport is dus geen alternatief beheerplan en geen evaluatie van het concept beheerplan. <BR>De rapportage is uitgevoerd door medewerkers van Alterra, onderdeel van Wageningen UR. <BR>Wetenschapswinkelrapport 263: ‘Naar een beheerplan voor Eilandspolder-Oost; Van top-down invoeren naar bouwen aan sociaal draagvlak?’ <BR><BR>>> <A href="http://nl.sitestat.com/wur/proj-wur/s?wewi-263&ns_type=pdf&ns_url=http://edepot.wur.nl/132960" target="_blank">Download het wetenschapswinkelrapport nr. 263</A>.</P>
<P> </P>
<P> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Wegen naar een nieuw natuurbeleid; een bijdrage voor discussie</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Wegen_naar_een_nieuw_natuurbeleid.htm</link><pubDate>Thu, 04 Mar 2010 09:51:18 GMT</pubDate><guid>{D04A5F0B-0049-445A-92DC-F176296E41EB}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Hoewel er met het huidige biodiversiteitsbeleid veel is bereikt, lijkt de achteruitgang van de biodiversiteit nog steeds moeilijk te stoppen. Onderzoekers van Wageningen UR en het Planbureau voor de Leefomgeving stellen dat er in het natuurbeleid meer rekening zou moeten worden gehouden met de dynamiek in de natuur. Ook zou het beleid in de toekomst meer kunnen aansluiten bij de behoefte aan natuur in de samenleving.</STRONG> <BR><BR><A href="/NR/rdonlyres/D04A5F0B-0049-445A-92DC-F176296E41EB/103217/Kijkrichting_401.jpg" target="_blank"><IMG style="BORDER-LEFT-COLOR: #ffffff; BORDER-BOTTOM-COLOR: #ffffff; BORDER-TOP-COLOR: #ffffff; BORDER-RIGHT-COLOR: #ffffff" height="164" alt="Bron: Hajer,M., 2009. Grenzen verleggen in het Waddengebied. Presentatie op het Symposium van de Waddenacademie, 1-2 juli 2009, Leeuwarden. Planbureau voor de Leefomgeving, Bilthoven/Den Haag." hspace="0" src="/NR/rdonlyres/D04A5F0B-0049-445A-92DC-F176296E41EB/103217/Kijkrichting_402.jpg" width="400" align="left" border="2" longDesc="Bron: Hajer,M., 2009. Grenzen verleggen in het Waddengebied. Presentatie op het Symposium van de Waddenacademie, 1-2 juli 2009, Leeuwarden. Planbureau voor de Leefomgeving, Bilthoven/Den Haag."></A>De Ecologische Hoofdstructuur (EHS) blijft daarbij een belangrijke basis voor het natuurbeleid. Dit ruimtelijk samenhangend netwerk van natuurgebieden biedt plant- en diersoorten de mogelijkheid zich aan te passen aan ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de verstedelijking, of aan de klimaatverandering. In hun rapport geven de onderzoekers twee “vergezichten” voor het natuurbeleid in de komende decennia. Paul Opdam, hoogleraar aan Wageningen Universiteit en wetenschappelijk onderzoeker bij Alterra: “Het ene vergezicht betreft Nederland, vooral Laag-Nederland, als bolwerk van de deltanatuur in Europa. De Nederlandse natuur is uniek en sterk verbonden met het deltakarakter van ons land. In het andere vergezicht worden in het klimaatbestendig maken van de nationale ruggegraat ook de ecosystemen van Hoog Nederland betrokken. De Ecologische Hoofdstructuur zou moeten worden aangevuld met maatregelen om deze klimaatbestendig te maken. Er moet ook een strategie komen om het natuurbeleid meer te integreren in de ruimtelijke planning.”<BR><BR>Paul Opdam heeft voor zijn bijdrage aan het rapport ruim geput uit onderzoekresultaten en inzichten van Alterra, met name die uit het Kennisbasis-onderzoek voor LNV in het thema ‘Duurzame ontwikkeling van de Groene en Blauwe Ruimte in een veranderende wereld’.  “Ik heb daarbij gemerkt hoe relevant deze kennis was bij het richting geven aan het denken van de werkgroepleden, die met elkaar een breed gevoel deelden dat het natuurbeleid aan vernieuwing toe is.”<BR><BR><A href="http://nl.sitestat.com/wur/alterra/s?Wegen_Opdam&ns_type=pdf&ns_url=http://content.alterra.wur.nl/webdocs/internet/corporate/Nieuws/wegen.pdf" target="_blank">>> Download het rapport ‘Wegen naar een nieuw natuurbeleid; een bijdrage voor discussie’</A>. <BR><A href="http://nl.sitestat.com/wur/alterra/s?IBO_Opdam&ns_type=pdf&ns_url=http://content.alterra.wur.nl/webdocs/internet/corporate/Nieuws/IBO.pdf" target="_blank">>> Download de eindrapportage van de Interdepartementale werkgroep ‘IBO Natuur’</A>, zoals dat door de minister van LNV naar de Tweede Kamer is gestuurd. <BR> </P>
<P> </P>
<P> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Expertbijeenkomst “Natuurbeleid” uitgesteld</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Expertbijeenkomst_Natuurbeleid_uitgesteld_.htm</link><pubDate>Thu, 04 Mar 2010 08:05:48 GMT</pubDate><guid>{0F4AC979-4DA3-4749-8755-F1871A2AF615}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van de Eerste Kamer heeft in haar commissievergadering van 2 maart 2010 moeten besluiten de expertbijeenkomst “Natuurbeleid”, die gepland stond voor 10 maart 2010, uit te stellen.</STRONG> </P>
<P><IMG style="BORDER-LEFT-COLOR: #ffffff; BORDER-BOTTOM-COLOR: #ffffff; BORDER-TOP-COLOR: #ffffff; BORDER-RIGHT-COLOR: #ffffff" height="217" alt="" hspace="0" src="/NR/rdonlyres/0F4AC979-4DA3-4749-8755-F1871A2AF615/102105/akkerrand_290.jpg" width="290" align="right" border="2" longDesc="">Reden voor het commissiebesluit is dat de expertbijeenkomst was bedoeld als voorbereiding op het beleidsdebat met de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over Natuurbeleid in de Eerste Kamer op 13 april 2010. Op 2 maart 2010 had de Eerste Kamer eerder besloten dat in verband met de demissionaire status van het kabinet Balkende IV de meeste voorgenomen beleidsdebatten, waaronder dat met de minister van LNV, worden afgezegd.</P>
<P>De commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van de Eerste Kamer is overigens voornemens om, in samenwerking met het Rathenau Instituut en Alterra, zodra dit mogelijk is de expertbijeenkomst alsnog te laten plaatsvinden. Zodra hierover een nieuw besluit is genomen, zult u daarover een bericht vinden op deze website.<BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Scaling and Governance Conference 2010</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Scaling_and_Governance_Conference_2010_.htm</link><pubDate>Mon, 01 Mar 2010 09:50:17 GMT</pubDate><guid>{B2FD9347-30D7-4AAC-9A75-A71CB465EC2E}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Policies have many impacts on environmental and human processes at different spatial and temporal scales. Climate change, biodiversity, energy consumption, water resource management, and food security are a few of the many examples illustrating the complex multi-scale interactions within and between environmental and human processes. This observation fits well within a long history of disappointments in policy and management related to our environment and indicates that scale sensitive governance approaches are required.</STRONG><BR><BR>Wageningen UR invites participants of the conference to discuss integrative concepts, methodologies, and case studies related to scaling and governance issues in complex systems. Anticipated outcomes of the conference include an international research agenda and recommendations for scale-sensitive governance approaches.<BR><BR>On Wednesday November 10, 2010 a pre-conference will be held for PhD students. </P>
<P>The conference is organized by Wageningen UR as part of the Scaling & Governance Investment Program. The Global Land Project and the Earth System Governance Project endorse the conference.<BR></P>
<P><STRONG>Abstract submission:</STRONG><BR>Due date for abstract submission: May 31, 2010.</P>
<P><STRONG>>></STRONG> For more information please visit: <A href="http://www.scalinggovernance.wur.nl/UK/Conference">www.scalinggovernance.wur.nl/UK/Conference</A></P>
<P> <BR> <BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Groen kleurt lokale verkiezingsprogramma’s</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Groen_kleurt_lokale_verkiezingsprogrammaas.htm</link><pubDate>Wed, 24 Feb 2010 10:04:25 GMT</pubDate><guid>{A6F9A67A-EE41-4D10-A835-F7D9C7774EAA}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Uit een analyse van de verkiezingsprogramma’s in de 17 steden met krachtwijken blijkt dat groen een belangrijk onderwerp is. In ruim 85% van de bijna 250 partijprogramma’s zijn passages over groen opgenomen. GroenLinks scoort daarbij het hoogst, de VVD het laagst. Per gemeente zijn er echter grote verschillen, ook binnen een partij. Zo blijkt uit onderzoek van Alterra.</STRONG></P>
<P>Het wetenschappelijk onderzoekinstituut Alterra, onderdeel van Wageningen UR, heeft gekeken naar de aandacht voor groen in de lokale verkiezingsprogramma’s. Hieruit blijkt dat de aanwezigheid van groen in die programma’s vooral gekoppeld wordt aan de kwaliteit van de woonomgeving. Alterra-onderzoeker Peter Visschedijk: “Uit deze peiling kan geconcludeerd worden dat groen in de stad inmiddels door de lokale politiek stevig wordt omarmd.”</P>
<P>Uit het onderzoek blijkt dat het thema groen bij nagenoeg alle partijen, van links tot rechts, verankerd is. Niet alleen bij de partijen die altijd al groen in hun programma hadden staan, het onderwerp is ook opgepakt door partijen die er tot voor kort weinig aandacht aan besteedden. Peter Visschedijk: “GroenLinks scoort het hoogst bij het noemen van groen in de verkiezingsprogramma's. D'66, PvdA en CDA komen daarachter waarbij de onderlinge verschillen te verwaarlozen zijn. SP en ChristenUnie liggen daar weer achter en de VVD neemt het onderwerp het minst op in haar verkiezingsprogramma's. Bij de VVD zijn ook de verschillen tussen programma’s in verschillende steden het grootst. Zo komt groen in het VVD-programma van Amsterdam zeer uitgebreid aan de orde, terwijl dezelfde partij in Dordrecht het thema niet één keer noemt.”</P>
<P>Uit de analyse blijkt dat er nauwelijks verband is ten aanzien van de grootte en de ligging van de steden en het aantal partijen dat aan de verkiezingen meedoet in relatie tot de mate van verankering van groen in de partijprogramma’s. Daarnaast geven de concrete actiepunten aan dat de steden ook daadwerkelijk de daad bij het woord willen voegen en zich actief willen inzetten voor groen in de stad. Opvallend is de frequentie van innovatieve ontwikkelingen die op het gebied van groen genoemd worden. Groene daken en groene gevels zijn veel gebruikte termen binnen de verkiezingsprogramma’s. Ook burgerparticipatie op het gebied van groen is een veel voorkomend aspect in de programma's. Veel partijen maken zich ook hard voor het toegankelijk maken van openbaar groen, meer en beter groen in de wijken en het verbinden van groen in de stad met het omliggende gebied. Voor groen dat eventueel zou verdwijnen als gevolg van andere ontwikkelingen stellen veel partijen een compensatieregeling voor. </P>
<P>>> <A href="http://nl.sitestat.com/wur/alterra/s?Gemeenteraadsgroen&ns_type=pdf&ns_url=http://content.alterra.wur.nl/webdocs/internet/corporate/nieuws/gemeenteraadsgroen.pdf" target="_blank">‘Analyse Groen in Verkiezingsprogramma’s Gemeenteraadsverkiezingen 2010’</A> door Leonie Heutinck en Peter Visschedijk.</P>
<P> </P>
<P>Meer informatie over dit onderzoek kunt u krijgen bij Alterra,</P>
<P>Peter Visschedijk, 06-51614766 of <A href="mailto:peter.visschedijk@wur.nl">peter.visschedijk@wur.nl</A></P>
<P> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Nederlandse klimaatonderzoekers: hoofdconclusies IPCC staan recht overeind, werkwijze kan beter</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Nederlandse_klimaatonderzoekers.htm</link><pubDate>Wed, 10 Feb 2010 14:19:28 GMT</pubDate><guid>{7E1FC7A4-CE04-4F5B-A316-B66AC081A6EE}</guid><description><![CDATA[<P>Circa vijftig Nederlandse klimaatonderzoekers reageren vandaag in een open brief aan de Tweede Kamer op de recente commotie rondom het Klimaatrapport-2007 van IPCC. Zij stellen daarin dat de hoofdconclusies van dit rapport nog steeds recht overeind staan: de aarde is aan het opwarmen en de oorzaak moet zeer waarschijnlijk bij de uitstoot van broeikasgassen door menselijke activiteiten worden gezocht. Binnen de natuurwetenschap is de rol van broeikasgassen in het klimaatsysteem goed begrepen. Tegelijkertijd constateren de ondertekenaars dat het maatschappelijke vertrouwen in zowel de klimaatwetenschap als het IPCC ter discussie is gesteld en een deuk heeft opgelopen. Daaruit willen zij lering trekken. Foutloze wetenschap bestaat niet. Bij het werk van het IPCC zijn honderden wetenschappers betrokken. Ook zij maken fouten. Als deze fouten worden ontdekt, moeten ze wel sneller ruiterlijk worden erkend, openbaar gemaakt, toegelicht en rechtgezet. Ook beloven de wetenschappers zich - zo mogelijk met betrokkenheid van de KNAW - te buigen over de vraag hoe fouten nog beter voorkomen kunnen worden.</P>
<P>De open brief is geschreven omdat de wetenschappers zich zorgen maken over de wijze waarop het maatschappelijk debat over het klimaatprobleem op dit moment wordt gevoerd. Kwalificaties als 'bedriegers' en 'klimaatmaffia' leiden af van datgene waar het echt om gaat: het in kaart brengen van de omvang van het klimaatprobleem (door de wetenschap), en het gezamenlijk zoeken naar oplossingen (door politiek, overheid, bedrijfsleven en wetenschap). Met de open brief willen zij de huidige beeldvorming bijstellen. Zij gaan daarbij achtereenvolgens in op het klimaatprobleem zelf (wat weten we wel), de werkwijze van het IPCC (hoe zorgvuldig, open en transparant is deze), en de kwaliteitsborging van de IPCC-rapportages (hoe werkt deze nu en wat kan daar aan worden verbeterd). </P>
<P><A href="http://nl.sitestat.com/wur/alterra/s?Open_brief_IPCC_Nederlandse_onderzoekers&ns_type=pdf&ns_url=http://content.alterra.wur.nl/webdocs/internet/corporate/Nieuws/Open_brief_IPCC_Nederlandse_onderzoekers.pdf" target="_blank">Klik hier voor de open brief.</A><BR></P>
<P></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Het brede beekdal als inrichtingsconcept</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Het_brede_beekdal_als_inrichtingsconcept__.htm</link><pubDate>Wed, 10 Feb 2010 10:56:51 GMT</pubDate><guid>{0E028D93-A94F-4929-88C4-4945CBD31D83}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Onlangs heeft Alterra, onderdeel van Wageningen UR, voor de Unie van Waterschappen een boekje gepresenteerd met een leidraad voor het inrichten van beekdalen. Het gaat hierbij om het beekdal als klimaatbestendige buffer in een veranderende leefomgeving. In een zeer toegankelijke tekst wordt uitgelegd wat het "5B-concept" inhoudt.</STRONG><BR><BR>Doel van het boekje is om waterschappen en hun achterban te informeren en interesseren voor het beekdalbreed en duurzaam inrichten van beken en hun dalen. Alterra-onderzoeker Piet Verdonschot: "We hebben een systeem ontwikkeld voor de terugkeer van brede beekdalen met meerdere functies. Dit systeem wordt onder meer toegepast in de Peel en Maasvallei. Het boekje bevat naast de theoretische uitleg ook veel voorbeelden, illustraties en foto's, een stappenplan voor gefaseerde invoer en een procesontwerp. " <BR><BR>Het boek is primair gemaakt voor bestuurders van waterschappen. Daarnaast is het geschikt voor bestuurders van provincies, ecologen en hydrologen bij waterschappen en provincies en voor ministeries, Rijkswaterstaat en andere waterorganisaties. "We willen met dit boekje bijdragen aan een daadwerkelijke verbetering van de natuurkwaliteiten en de biodiversiteit in beekdalen, bij voorkeur duurzaam en op grote schaal," zegt Piet <A href="/NR/rdonlyres/0E028D93-A94F-4929-88C4-4945CBD31D83/101426/de5zones_300.jpg" target="_blank"><IMG style="BORDER-LEFT-COLOR: #ffffff; BORDER-BOTTOM-COLOR: #ffffff; BORDER-TOP-COLOR: #ffffff; BORDER-RIGHT-COLOR: #ffffff" height="88" alt="" hspace="0" src="/NR/rdonlyres/0E028D93-A94F-4929-88C4-4945CBD31D83/101426/de5zones_304.jpg" width="300" align="right" border="4" longDesc=""></A>Verdonschot: "Daarbij gaat het om het verbeteren van de integrale aanpak van waterkwantiteits- en waterkwaliteitsproblemen. We willen onze kennis graag vertalen voor gebruikers en daarmee het belang benadrukken van (vaak langdurig) onderzoek om daadwerkelijk en innovatief beheers- en inrichtingsproblemen op te lossen."<BR><BR><A title="Download 'Het brede beekdal als klimaatbestendige buffer in de veranderende leefomgeving'" href="http://nl.sitestat.com/wur/alterra/s?Beekdal_als_buffer&ns_type=pdf&ns_url=http://content.alterra.wur.nl/webdocs/internet/corporate/prodpubl/boekjesbrochures/Beekdal_als_buffer.pdf" target="_blank">Download 'Het brede beekdal als klimaatbestendige buffer in de veranderende leefomgeving'</A>, door Piet Verdonschot. Gedrukte exemplaren zijn verkrijgbaar via Francine Loos.</P>
<P><A href="/NR/rdonlyres/0E028D93-A94F-4929-88C4-4945CBD31D83/101425/de5zones_302.jpg" target="_blank"></A> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Staat van het Klimaat 2009; actueel onderzoek en beleid nader verklaard</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Staat_van_het_Klimaat_2009_.htm</link><pubDate>Wed, 03 Feb 2010 19:50:00 GMT</pubDate><guid>{90F55CB0-91F9-412D-8F35-A2284BB1AD09}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Minister Jacqueline Cramer heeft op 3 februari het eerste exemplaar in ontvangst genomen van de 'Staat van het Klimaat 2009'. De brochure van het Platform Communication on Climate Change (PCCC) biedt een overzicht van relevante ontwikkelingen op het gebied van klimaat, klimaatverandering, klimaatonderzoek en klimaatbeleid in het afgelopen jaar.</STRONG> </P>
<P>Het klimaatjaar 2009 stond voor een belangrijk deel in het teken van 'Kopenhagen'. De ontwikkelde landen en opkomende economieën hebben ingestemd met het Kopenhagen akkoord (zonder juridische binding). Veel ontwikkelingslanden hebben er 'kennis van genomen'. Belangrijk element is de afspraak dat de wereldwijde gemiddelde temperatuurstijging beneden de 2 graden moet blijven. De huidige voorstellen zijn echter onvoldoende om dit te halen. Daarvoor moeten de mondiale emissies vanaf ongeveer 2020 dalen. Het halen van de tweegradendoelstelling is in technisch opzicht mogelijk tegen directe, jaarlijkse kosten van maximaal 2% van het wereldwijde Bruto Nationaal Product. Hierbij zijn forse investeringen nodig in nieuwe energietechnologie. <BR> <BR>De mondiale broeikasgasemissies blijven stijgen. In 2008 was de uitstoot van CO2 door de ontwikkelingslanden voor het eerst hoger dan die van de geïndustrialiseerde landen. Het eerste decennium van de 21e eeuw is het warmste tijdvak van tien jaar sinds het begin van de temperatuurmetingen. De zomerse zeeijsbedekking in het Noordpoolgebied is de laatste jaren sneller geslonken dan op basis van de projecties van het IPCC in 2007 verwacht werd.  Ook lijken zowel Groenland als Antarctica sneller massa te verliezen dan door het IPCC werd aangenomen. Verder neemt de fractie van de CO2-emissies die wordt vastgelegd in biosfeer en de oceaan af. Vanuit de astrofysica komen steeds meer signalen van een langdurige periode met minimale zonneactiviteit. Hierdoor wordt de temperatuurstijging in een tijdsbestek van enkele decennia mogelijk getemperd met 0,2 graden, maar een nieuwe Kleine IJstijd in de nabije toekomst is heel onwaarschijnlijk.<BR> <BR>Nederland hoort internationaal tot de 'frontrunners' bij het ontwikkelen van nationaal adaptatiebeleid. Het besef groeit dat voor effectieve adaptatie van het waterbeheer internationale samenwerking en kennisontwikkeling onontbeerlijk is. De Delta Alliance biedt een platform om de kennis in deltagebieden wereldwijd te delen en te versterken. Een klimaatbestendige strategie voor Nederland kent als speerpunten de veiligheid tegen overstromingen, de waarborging van de zoetwatervoorziening, een klimaatbestendige ontwikkeling van de natuur en de integratie van klimaatopgaven in het stedelijk gebied. In het nieuw gestarte Deltaprogramma worden adaptatiemaatregelen voor de waterveiligheid en een klimaatbestendige zoetwatervoorziening verder verkend. <BR> <BR>* Het PCCC is een samenwerkingsverband van de grote klimaatkennisinstellingen in Nederland  (PBL, KNMI, Wageningen UR, ECN, Vrije Universiteit, Universiteit Utrecht, Deltares en NWO).<BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Holland Climate House, een van de weinige successen tijdens de CoP15 in Kopenhagen</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Holland_Climate_House.htm</link><pubDate>Wed, 03 Feb 2010 10:07:07 GMT</pubDate><guid>{88D1E13A-8C28-46DC-8967-C8B7251EB3A6}</guid><description><![CDATA[]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>‘Made by Alterra’, een ambitieus boek over 10 jaar Alterra</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Made_by_Alterra.htm</link><pubDate>Thu, 21 Jan 2010 16:16:06 GMT</pubDate><guid>{9583C5E5-DA08-4D5A-AF08-0E5C305FA14A}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Vanaf de oprichting op 1 januari 2000 heeft Alterra, onderdeel van Wageningen UR, zich geafficheerd als hèt onderzoekinstituut voor de groene ruimte. Op 1 januari 2010 is een boek verschenen waarin gekeken wordt naar de vraag of die ambitie is waargemaakt. Niet in de vorm van langdradige opsommingen van werkvelden en projecten, niet in de vorm van fraaie maar saaie PR-verhalen of beleidsstrategieën, maar in de vorm van - soms prikkelende en persoonlijke - interviews met onderzoekers die in de afgelopen 10 jaar een grote rol in hun werkveld hebben gespeeld.</STRONG> </P>
<P><A href=""></A>Door te kiezen voor persoonlijke interviews wordt aangegeven dat het onderzoek van Alterra niet alleen wordt gedaan dóór mensen, maar vooral ook vóór mensen. Vóór de samenleving. Want zelfs de meest ecologische ecoloog, de meest diepgravende bodemkundige en de best geïnformeerde geo-informaticus van Alterra werken niet alleen aan de wetenschappelijke verdieping van hun vakgebied, maar eerst en vooral aan concrete toepassingen daarvan waar de wereld een klein beetje beter van wordt. </P>
<P>En dat is precies de ambitie waar dit boek mee is gemaakt. Laten zien waar en wanneer Alterra-onderzoekers in de afgelopen 10 jaar de wereld een klein beetje beter hebben gemaakt. </P>
<P>Aan alle geïnterviewden is gevraagd om een voor hen belangrijke datum te noemen, een dag die ergens in de afgelopen 10 jaar cruciaal was in hun onderzoek. De dag waarop zij hun ontdekking deden, of de dag waarop hun werk daadwerkelijk toegepast werd, de dag waarop iets heel erg mis dreigde te gaan, of de dag waarop alles zich ten goede keerde. Die data hebben de opbouw van dit boek bepaald. </P>
<P>Voor belangstellenden is het boek, 176 pagina's dik, gratis verkrijgbaar. Een mailtje met naam en adres aan <A href="mailto:bert3.jansen@wur.nl" target="_blank">Bert Jansen</A> is voldoende.<BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Steeds meer micro-organismen in de bodem resistent tegen antibiotica</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Steeds_meer_microorganismen_in_de_bodem_resistent_tegen_antibiotica.htm</link><pubDate>Thu, 07 Jan 2010 08:15:13 GMT</pubDate><guid>{4BB9444B-8DAE-4763-8EB3-7FDF63B06A5F}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Er komen steeds meer micro-organismen in de bodem voor die resistent zijn tegen antibiotica. Die kunnen een gevaar vormen voor de volksgezondheid. Dat blijkt uit onderzoek van bodemmonsters uit de periode 1940-2008. Omdat antibiotica goedkoop zijn, worden zij veelvuldig toegepast. Niet alleen als geneesmiddel, maar ook bijvoorbeeld als groeistimulator in veevoeding. Daardoor komen er steeds meer (resten van) antibiotica in het milieu terecht, met alle gevolgen van dien.</STRONG></P>
<P>Het onderzoek is uitgevoerd door prof. David Graham, Charles Knapp en Jan Dolfing van de Universiteit van Newcastle in samenwerking met Phillip Ehlert van Alterra, onderdeel van Wageningen UR (University & Research centre). De onderzoekers keken of er in de bodem in de loop der tijd verandering is gekomen in het voorkomen van resistentie tegen antibiotica. Zij onderzochten ook of het patroon van resistentie tegen belangrijke groepen van antibiotica aan het veranderen is. Dit onderzoek is uitgevoerd aan grond¬mon¬sters van vijf Nederlandse veldproeven uit de periode 1940-2008 die gearchiveerd zijn in het Technisch Archief en Grondmonster Archief (TAGA) van Alterra. Uit deze grondmonsters werd DNA geëxtraheerd, waardoor een schat aan informatie werd verkregen over de ontwikkeling van micro-organismen in deze bodems. Speciaal is gekeken naar de genen in dit DNA die zorgen voor resistentie tegen antibiotica. </P>
<P>Alterra-onderzoeker ir. Phillip Ehlert: “Ons onderzoek wijst uit dat er tussen 1940 en 2008 duidelijk sprake is van een toename van het voorkomen van genen die coderen voor resistentie tegen antibiotica. Welke factoren hieraan ten grondslag liggen is nog niet duidelijk. De toename was bijvoorbeeld niet eenduidig gecorreleerd aan een toename van zware metalen, die bijvoorbeeld zitten in kunstmeststoffen en bodemverbeterende middelen waaronder stalmest. Tot de jaren tachtig was er sprake van vervuiling door onvoldoende zuivering van stedelijk afvalwater. Mogelijk speelt het gebruik van oppervlaktewater voor irrigatie en beregening een rol. Een effect van het gebruik van stalmest op de ontwikkeling van resistentie kon niet worden aangetoond.” </P>
<P>Antibiotica worden al zo’n 60 jaar succesvol toegepast in de geneeskunde van mens en dier. Na de ontdekking van de penicilline in 1928 door Alexander Fleming nam de industriële productie vanaf de Tweede Wereldoorlog een aanvang. Tot zo’n tien jaar geleden was er sprake van een exponentiële groei. Sinds een jaar of tien wordt geprobeerd het niet-therapeutisch gebruik van antibiotica te beperken. De veelvuldige toepassing van antibiotica heeft namelijk een keerzijde. Er komen steeds meer aanwijzingen dat de resistentie van bacteriën tegen antibiotica onrustbarend toeneemt. </P>
<P>Klinische informatie over de opbouw van resistentie is alom voorhanden. Een voorbeeld daarvan is een toenemende resistentie van Staphylococcus aureus, de beruchte ‘ziekenhuisbacterie’, tegen het antibioticum methicilline (MRSA). Antibiotica zijn echter goedkoop en daardoor worden zij niet alleen als geneesmiddel toegepast maar bijvoorbeeld ook als groeistimulator bij veevoeding (niet-therapeutisch gebruik). Hierdoor komen er meer en meer (resten van) antibiotica in het milieu terecht. Phillip Ehlert: “Wat het effect is van deze door de mens in het water en bodemmilieu geïntroduceerde (resten van) antibiotica, vraagt onze aandacht. De uitslag van dit onderzoek is wat dat betreft slecht nieuws. Het is belangrijk dat wij hierover meer te weten komen omdat residuen van antibiotica kunnen leiden tot een toename van populaties micro-organismen in de bodem die resistent zijn voor antibiotica. Wat de consequenties daarvan zijn voor de volksgezondheid is nog onbekend.”<BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Wagenings commentaar: Toch hoopgevende signalen uit Kopenhagen</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Kop091222.htm</link><pubDate>Wed, 23 Dec 2009 15:48:16 GMT</pubDate><guid>{6580383D-F016-4CA5-9C83-8EE0E312249A}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>De VN-klimaatconferentie eindigde afgelopen weekend teleurstellend: geen formeel akkoord, wel een vage slotverklaring. En menigeen was ontevreden over de gang van zaken in Kopenhagen. Toch is er wel degelijk aanleiding voor enig optimisme, vinden Ekko van Ierland en Pier Vellinga, beiden hoogleraar aan Wageningen University. Klimaat staat op de agenda in veel landen en de klimaattop heeft een groene trein op gang gebracht die moeilijk meer is te stoppen.</STRONG></P>
<P><EM>Prof Ekko van Ierland, hoogleraar Milieu-economie, schreef een column voor de afdeling Afrika van Radio Nederland Wereldomroep:<BR><BR></EM>“Kopenhagen is weliswaar niet met een formeel UN verdrag afgerond. Toch zijn regeringsleiders van de VS, China, India en Brazilië het op hoofdlijnen eens geworden om klimaatverandering te beperken tot maximaal 2 graden Celsius. Bovendien zijn belangrijke stappen gezet om de uitstoot van broeikasgassen verder te beperken. De EU houdt vast aan haar voornemen om in 2020 de uitstoot van broeikasgassen met 20 procent te verminderen ten opzichte van 1990. </P>
<P>Hoewel de ontwikkelingslanden en hun Afrikaanse vertegenwoordiger niet tevreden zijn, bestaat nu het vooruitzicht dat klimaateffecten worden beperkt. Ook komen omvangrijke bedragen beschikbaar, in aanvulling op de gelden voor ontwikkelingssamenwerking, om schade van klimaatverandering - zoals honger door droogte die nu al in Afrika zichtbaar is, of vernietiging van huizen door overstromingen - te verminderen.</P>
<P>De VS, de EU, India en China nemen het klimaatvraagstuk heel serieus en de Chinese premier Wen Jiabao (die ik in Beijing persoonlijk heb kunnen ontmoeten toen hij nog vice premier was) is bereid om in de komende jaren concrete maatregelen te nemen, hoewel de uitstoot van China per hoofd van de bevolking laag is ten opzichte van de VS en Europa.</P>
<P>Ondanks het ontbreken van een nieuw en formeel UN verdrag is Kopenhagen mijns inziens toch een keerpunt in de geschiedenis, nu de internationale gemeenschap heeft besloten om daadwerkelijk een transitie te maken naar duurzame energie en een koolstofarme economie. Bij verdere uitwerking biedt dit nieuwe mogelijkheden voor bedrijfstakken die al sterk zijn in duurzame energie, o.a. in de productie van zonnecellen, wind- en waterkracht. Ook kunnen we meer zonne-energie opwekken door de energie van de zon te concentreren in centrales voor elektriciteitsopwekking, bijvoorbeeld in Zuid Europa of in Noord Afrika. Afrika kan producent worden van elektriciteit uit zonne-energie en van duurzame energie door het gebruik van biomassa (bijvoorbeeld gewasresten of koemest) voor het produceren van biogas.</P>
<P>Deze omwenteling zal niet zonder slag of stoot plaats vinden en er zijn kosten aan verbonden. Die kosten kunnen we heel goed dragen, door te sparen op de energierekening voor fossiele brandstoffen en omdat de duurzame energie in de toekomst steeds goedkoper wordt. We behalen schaalvoordelen en worden steeds slimmer, bijvoorbeeld in het benutten van zonne-energie. Oude energie-installaties worden vervangen door nieuwe technieken. Het is nodig om de energieprijzen op het juiste niveau te brengen en energieverslindende activiteiten, zoals het vliegverkeer te beperken tot het noodzakelijke. Of we moeten uitsluitend vliegen met biobrandstoffen of met duurzame compensatie van de CO2 uitstoot, bijvoorbeeld door herbebossing.</P>
<P>Vanzelfsprekend is het in Kopenhagen niet mogelijk geweest een verdrag vast te leggen dat het klimaatprobleem direct en voor altijd oplost. In de komende jaren zal het klimaatbeleid werkelijk gestalte moeten krijgen. Echter, de strekking van Kopenhagen is duidelijk: steeds meer landen in de wereld beseffen dat het probleem moet worden aangepakt en zijn bereid om daar een stevige bijdrage aan te leveren. Met nieuwe techniek, met een beperking van de bevolkingsgroei en door aanpassing in onze levensstijl is dat heel goed mogelijk.”</P>
<P>Lees de <A href="http://www.rnw.nl/english/article/copenhagen-turning-point-still-long-way-go">column</A> op de site van Radio Nederland Wereldomroep.  </P>
<P><EM><BR>Prof. Pier Vellinga, hoogleraar Klimaatverandering, water en veiligheid, werd geïnterviewd in Vara’s Vroege Vogels, samen met Maarten Hajer, directeur van het Planbureau voor de Leefomgeving:<BR><BR></EM>“Kopenhagen is een gemiste kans en verdient een onvoldoende, maar je ziet dat de trein doorgaat vanwege de groene economie. Bedrijven en NGO’s willen door. Politiek gesproken is het stuk gelopen omdat China niet wil dat wij als Europa in hun potje kijken wat ze precies doen. Amerika als pioniersland wil eigenlijk ook niet dat wij te veel hen een regime opleggen. Europa wil dat wel, maar wij zijn daar dan ook heel goed voor geëquipeerd. We hebben de grootste economie en we hebben de laagste CO2. Dus wij willen graag strakke spelregels, dat komt ons goed uit. China wil dat niet, Amerika voorlopig ook niet. En als je terugkijkt dan hebben die landen het streven naar een sterk klimaatverdrag als opvolger van Kyoto Protocol eigenlijk al twee jaar tegengewerkt.” </P>
<P>“Waarschijnlijk moet het allemaal anders. We hebben in ons Holland Climate House, het paviljoen georganiseerd door een aantal Nederlandse organisaties, allerlei hoopgevende initiatieven van jongeren, van lokale en regionale overheden, van bedrijven en van maatschappelijke organisaties langs gehad. Wat we in Kopenhagen hebben gezien is dat bedrijven over elkaar tuimelen om  grote stappen te maken, maar dat politici niet in staat zijn geweest daar chocola van te maken.”</P>
<P>“Met Kyoto en wat daaraan voorafging, en met Kopenhagen nu is er een ambitieus proces in gang gezet: één verdrag voor alle landen. Ik verwacht, nu er niet een strak verplichtend klimaatverdrag tot stand is gekomen in Kopenhagen, meer van een alternatief dat al jaren geleden door verschillende landen is bepleit, een proces van ‘Pledge and Review’.  Hierbij doen landen of groepen van landen zoals de Europese Unie, vrijwillig toezeggingen op basis van eigen kunnen. Deze toezeggingen worden vervolgens “gereviewd”. Op basis van de review kunnen landen vervolgens hun “ pledges” weer versterken. De landen blijven dan zelf de baas, terwijl door internationale vergelijking duidelijk wordt hoeveel ze eigenlijk behoren te doen als ze het spel fair willen spelen. In plaats van leidend worden de VN volgend, de organisatie die het proces bijstuurt. “</P>
<P>“Ook al kunnen we klimaatverandering niet goed meer tegenhouden toch moeten we aan de slag, ook al is het zes over twaalf. Het blijft nodig het klimaat zo weinig mogelijk te beïnvloeden. Daarnaast speelt de verzuring van de oceanen door CO-2 dat zullen we zeker moeten minimaliseren.”</P>
<P>“In de komende jaren zul je waarschijnlijk twee ontwikkelingen zien: De burgers gaan druk nog meer uitoefenen op de grote bedrijven, omdat de internationale politiek het laat afweten. En de bedrijven willen één mondiale markt, met overal dezelfde spelregels. De internationale bedrijven zullen, uit vrees voor handelsbeperkingen zoals CO-2 invoerrechten in toenemende mate vragen om een helder internationaal regime, iets wat in Kopenhagen niet is gelukt. Het veld gaat veranderen.”</P>
<P>“Er mag dan geen formeel bindend akkoord zijn, toch is de ‘twee graden doelstelling’ wel op de muur geschreven waardoor bedrijven ten overstaan van zoveel mensen die in Kopenhagen bijeen waren het niet verstandig vinden de andere kant uit te fietsen.”</P>
<P>Luister het <A href="http://player.omroep.nl/?aflID=10451100">interview</A> bij Vroege Vogels, tussen 1:30.34 en 1:46.40.<BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Grote rol voor Nederland in Europees klimaatplatform</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Rol_Nederland_klimaatplatform.htm</link><pubDate>Thu, 17 Dec 2009 09:35:29 GMT</pubDate><guid>{94C21DF3-5EC0-4FF6-B678-77A365EDA0E0}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT) heeft vandaag drie initiatieven gelanceerd die met behulp van onderzoek, innovatie en onderwijs tot antwoorden moeten leiden op het gebied van klimaatverandering. Eén van die initiatieven is het “Climate Knowledge and Innovation Community” (Climate KIC), een pan-Europees consortium waarin Nederlandse universiteiten, kennisinstellingen, bedrijven en overheden een leidende rol spelen. De komende vier jaar kan Climate KIC ongeveer 750 miljoen euro besteden aan innovatie- en onderwijsprogramma’s tegen de klimaatverandering.</STRONG></P>
<P>Het “Climate Knowledge and Innovation Community” (Climate KIC) is een van de drie initiatieven die de EIT vandaag heeft aangekondigd. De andere twee betreffen duurzame energie en informatie- en communicatiemaatschappij.</P>
<P><STRONG class="paragraph_titel_2">Vier thema’s binnen Climate KIC</STRONG></P>
<P>Het Climate KIC-programma bundelt de expertise van een aantal partners van wereldklasse, in hun doel een fundamentele verandering te weeg te brengen in de Europese innovatiecapaciteit op het gebied van klimaatverandering. Dit heeft betrekking op hoe we produceren, distribueren en consumeren, waar en hoe we wensen te leven en te reizen, en hoe we kunnen voldoen aan eisen van energie, voedsel en water in de context van het milieu. Climate KIC stimuleert interacties tussen Europees onderzoek, onderwijs, overheden en businessinnovatie op het gebied van klimaatverandering, met daarbij speciale aandacht voor vier thema’s: het monitoren van klimaatverandering, overgang naar lage CO2-uitstoot in steden, watermanagement, en CO2-vrije productiesystemen. Het doel is om een generatie van klimaatveranderingondernemers te creëren, die de multidisciplinaire deskundigheid in huis zullen hebben om economisch, milieukundig en sociaal duurzame producten en diensten te ontwikkelen ter aanpassing aan de effecten van klimaatverandering. Verder worden ook roadmaps gemaakt voor het ontwikkelen van strategieën voor langetermijninvesteringen en stimulering van innovatie in het midden- en kleinbedrijf.</P>
<P><STRONG class="paragraph_titel_2">Grote investeringen</STRONG></P>
<P>Het EIT is gevraagd 120 miljoen euro bij te dragen. De partners gezamenlijk zullen ongeveer het vijfvoudige bijdragen, zodat de komende vier jaar ongeveer 750 miljoen euro kan worden besteed aan een range van innovatie- en onderwijsprogramma’s. Over de precieze EIT-bijdrage wordt echter nog onderhandeld. Het is de eerste keer dat bedrijven en overheden uit verschillende sectoren en wetenschappelijke experts samenwerken in een grootschalig initiatief voor innovatie op het gebied van de klimaatverandering. “We zijn buitengewoon verheugd dat we geselecteerd zijn voor dit uitermate belangrijke initiatief dat de volgende generatie van ondernemers en technici zal voorzien van innovatief gereedschap en dat ook een nieuwe manier van denken en praktijk in gang zal zetten”, zegt prof.dr. Bert van der Zwaan, interim CEO van Climate KIC en in het dagelijks leven werkzaam bij de Universiteit Utrecht. </P>
<P><STRONG class="paragraph_titel_2">Nederlandse en buitenlandse samenwerking</STRONG></P>
<P>In Climate KIC werken voor Nederland de Universiteit Utrecht, TU Delft en Wageningen UR samen met TNO en Deltares. Verder nemen ook de stadhavens Rotterdam en de provincie Utrecht deel. Van het Nederlandse bedrijfsleven doen Shell, DSM en Schiphol mee. Nederland zal in het internationale consortium vooral leidend zijn op het gebied van watermanagement, duurzame productiesystemen en klimaatneutrale steden. De buitenlandse co-locaties worden eveneens aangevoerd door topuniversiteiten, zoals ETH in Zürich, ParisTech in Parijs, Imperial College in Londen, en Potsdam Institute for Climate Research in Berlijn. De private partners zijn: Bayer, Beluga Shipping GmbH, Cisco, DSM, EDF, SAP, Schiphol, Shell, Solar Valley, and Thales. Climate KIC brengt ook zes grote Europese regio’s bij elkaar waar eco-innovaties getest kunnen worden. </P>
<P><STRONG class="paragraph_titel_2">Pionierende onderzoeksprojecten</STRONG></P>
<P>Onder de vele klimaatuitdagingen waar Europa mee kampt, is bijvoorbeeld de vraag hoe CO2-emissie op lokaal niveau is te meten. Het project “CarboCount” bijvoorbeeld, heeft tot doel instrumenten en mechanismen te ontwikkelen voor het meten en verifiëren van uitstoot van CO2 vanaf het niveau van bedrijven tot steden en de hele planeet. Doel is een standaard te ontwikkelen. Dit vereist een nieuwe samenwerking tussen bedrijven die zich bezighouden met de ontwikkeling van sensor- en observatietechnologieën en degenen die zich bezighouden met modelleren en accounting. “Een heel sterk punt van het KIC-initiatief is dat wij met al onze Europese partners in staat zullen zijn om oplossingen te ontwikkelen die in de hele innovatieketen kunnen worden geïntegreerd”, aldus prof.dr. Bert van der Zwaan.</P>
<P><STRONG class="paragraph_titel_2">Kennis- en innovatiegemeenschappen</STRONG></P>
<P>De kennis- en innovatiegemeenschappen (KIC’s) zijn een initiatief van het Europese Instituut voor Innovatie en Technologie (EIT). Hiermee wil het oplossingen creëren voor een duurzame toekomst met een sterke impact op de Europese maatschappij. Dit gebeurt door onderwijs-, onderzoek- en innovatieactiviteiten over te brengen naar een bedrijfscontext. KIC’s worden financieel ondersteund door de EU, die tot 2013 beschikt over een budget van meer dan 300 miljoen euro, en door private partners die deelnemen in een KIC. KIC’s hebben een levensduur tot maximaal 15 jaar. Dit om een midden- en langetermijnperspectief voor het partnerschap te garanderen. In de eerste ronde heeft het EIT drie KIC’s gelanceerd op de gebieden klimaatadaptatie- en klimaatmitigatie, duurzame energie en toekomstige informatie- en communicatiemaatschappij. </P>
<P> <BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>'Erfgoed en Ruimtelijke Planning': strijd tussen emotie en ratio</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Erfgoed_en_Ruimtelijke_Planning.htm</link><pubDate>Wed, 16 Dec 2009 08:47:14 GMT</pubDate><guid>{A1CB29A9-2AA9-4341-8704-A8BE0757BFD2}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>Publieke emoties lijken vaak belangrijker dan beredeneerde afwegingen bij het behoud van cultureel erfgoed in ons land. Het zijn zelden rationele beslissingen die leiden tot het behoud of juist verloren gaan ervan. Planologen verschuilen zich nog maar al te vaak achter procedures, projectontwikkelaars achter geld en overheden achter wetten en regelgeving. "Erfgoed is echter een maatschappelijk zaak en de professionals in de wereld van de ruimtelijke ordening zullen zich daarvan veel meer rekenschap moeten geven," zo blijkt uit het boek 'Erfgoed en Ruimtelijke Planning'.</STRONG> </P>
<P><A href="/NR/rdonlyres/A1CB29A9-2AA9-4341-8704-A8BE0757BFD2/97765/erfgoed_During1.png" target="_blank"></A>André van der Zande, een van de auteurs van het boek, over die publieke emoties: "Neem bijvoorbeeld de discussies over het erfgoed uit de Tweede Wereldoorlog. Wie zou gedacht hebben dat de bunker Diogenes bij Schaarsbergen, tijdens de oorlog het kloppend hart van de Duitse luchtmacht, ooit als cultureel belangrijk erfgoed bestempeld zou worden? De hoog oplopende emotionele discussies over de Muur van Mussert in Lunteren laten zien hoe moeilijk het is om tot toekomstbestendige besluiten te komen. De praktijk van het behoud van erfgoed is grillig, ondanks de grote hoeveelheid wetten en regelgeving die onze omgang met erfgoed in goede banen moeten leiden."</P>
<P>In het boek 'Erfgoed en Ruimtelijke Planning' wordt veel van die grilligheid blootgelegd. In historische, sociologische, antropologische en beleidstheoretische analyses wordt beschreven hoe het erfgoedbeleid zich tot op heden heeft ontwikkeld en welke vraagstukken daarbij actueel en urgent zijn. De analyses van beleid en praktijk maken duidelijk dat er geen standaard antwoorden en procedures zijn om vragen te beantwoorden als: "wat kan er behouden blijven", "wat kan worden aangepast" en "wat kunnen we slopen om plaats te maken voor iets nieuws". Erfgoed is dusdanig verbonden met politiek en maatschappij dat er een constante publieke aandacht en discussie nodig is om tot kwalitatief goede en democratisch legitieme plannen te komen. De meervoudigheid van de betekenissen van erfgoed moet daarbij beter in het oog worden gehouden. </P>
<P>Naast kritische analyses van de huidige planningspraktijken ten aanzien van erfgoed, worden in dit boek ook andere ontwikkelingen beschreven. De tijd waarin cultureel erfgoed vooral als een sta-in-de-weg werd beschouwd lijkt zelf tot erfgoed geworden. Steeds vaker zien planners en projectontwikkelaars de waarde van bestaande structuren en objecten in het landschap en worden deze als uitgangspunt genomen voor toekomstige ontwikkelingen. Zo kennen nieuwbouwprojecten steeds vaker expliciete verwijzingen naar het verleden. "Bijvoorbeeld om bestaande of nieuwe identiteiten te behouden of te creëren," zegt mede-auteur Roel During. "Niet in de laatste plaats is dit het resultaat van de stimuleringsregeling Belvedere, die zich de afgelopen tien jaar richtte op het behoud van cultureel erfgoed door de ontwikkeling ervan. Ons boek daarover laat overtuigend zien dat deze regeling de ruimtelijke planning duurzaam geïnspireerd heeft."</P>
<P>De in het boek gepresenteerde analyses van een deel van de ruim driehonderd Belvedere-voorbeeldprojecten laten zien dat een goede omgang met erfgoed bevochten moet worden, zelfs als het voor alle betrokken partijen waarde toevoegt aan een plan. "De echte integratie van cultureel erfgoed in ruimtelijke planning is dan ook nog maar net begonnen," besluit Van der Zande. </P>
<P><STRONG>Meer informatie:<BR></STRONG>André van der Zande & Roel During (red). Erfgoed en ruimtelijke planning. Sterft, gij oude vormen en gedachten. Den Haag 2009, SDU Uitgevers bv, Reeks Planologie, nr. 12, 397 blz. <BR>Prijs € 45,75. Verkrijgbaar via <A href="http://www.sdu.nl/catalogus/9789012131995" target="_blank">www.sdu.nl</A>. </P>
<P><BR> </P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Multifunctioneel tuinenpark groene motor voor ontwikkeling Ede</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/multifunctioneel_tuinenpark_groene_motor.htm</link><pubDate>Mon, 14 Dec 2009 09:51:20 GMT</pubDate><guid>{CEC52C4B-1175-42A1-9926-D575CE85DC8B}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG><A href="/NR/rdonlyres/CEC52C4B-1175-42A1-9926-D575CE85DC8B/97413/TuinenparkNieuweKoekeltschets500px.jpg" target="_blank"></A>Multifunctioneel tuinenpark De Nieuwe Koekelt kan een belangrijke motor zijn voor de ontwikkeling van het Peppelensteeggebied tot kloppend groen hart van Ede West. Dit concludeert de Wetenschapswinkel van Wageningen UR (University & Research centre) in een studie over de herstructurering van volkstuinencomplex De Koekelt. Volgens de studie, in opdracht van VAT-Ede, vergroot het doelbewust ontwerpen en inrichten de waarde van het tuinenpark voor de samenleving.</STRONG></P>
<P>De studie wijst uit dat je voor de realisatie van een multifunctioneel tuinenpark over de huidige grenzen van het volkstuincomplex heen moet kijken. Volkstuinen kunnen van grote waarde zijn voor de samenleving, ze worden geassocieerd met gezond leven en gemeenschapszin. Het inzetten op een multifunctioneel tuinenpark vergroot de kansen voor het creëren van leefgebied voor planten en dieren en het creëren van ecologische verbindingen. Hierbij kunnen bestaande cultuurhistorisch waardevolle groenstructuren worden behouden en versterkt. Het inzetten op een multifunctioneel tuinenpark vergroot de aantrekkelijkheid van het uitloopgebied voor omliggende wijken. Het biedt daarmee een versterking van de educatieve en sociale aspecten voor de omwonenden. Daarnaast biedt de productie van voedsel een sterk kader voor integratie van verschillende culturen in de stedelijke samenleving.</P>
<P>De Koekelt is onderdeel van het Peppelensteeggebied aan de westkant van Ede, een versnipperd gebied waar verrommeling op de loer ligt. Dit gebied heeft echter de potentie een groen tegenwicht te vormen voor de oprukkende verstedelijking van Ede West. De gemeente Ede is bereid de Vereniging van Amateurtuinders Ede (VAT-Ede) een langere contractduur aan te bieden. Tegelijk wil de gemeente het oppervlak van de tuinen verkleinen ten gunste van de sportvelden. De VAT-Ede heeft hier bezwaar tegen. Volgens de vereniging biedt De Koekelt door haar ligging ongekende mogelijkheden om een multifunctioneel tuinenpark te realiseren. Het volkstuinenterrein kan door herstructurering veranderen in een groene zone waar ecologie en milieu de ruimte krijgen, waar meerdere vormen van recreatie mogelijk zijn en waar meer aansluiting ontstaat met de omgeving. Om deze mening handen en voeten te geven, heeft de VAT-Ede de Wetenschapswinkel van Wageningen UR gevraagd dit te onderzoeken. Centrale vraag in het onderzoek was: Hoe kan de vereniging het complex omvormen van volkstuinencomplex naar een multifunctioneel tuinenpark, dat mede een functie vervult voor de omgeving?<BR><BR>Studenten van Hogeschool Van Hall Larenstein en onderzoekers van Alterra van Wageningen UR hebben samen met de tuinders hard gewerkt aan het ontwikkelen van een aansprekende visie op de toekomst. Het resultaat is een breed gesteunde en onderbouwde ontwerpvisie van een mogelijke toekomst voor tuinenpark De Koekelt. De ontwerpvisie en het achterliggende rapport zijn een handreiking van de tuinders van VAT-Ede aan de gemeente Ede. <BR><BR>Wetenschapswinkelrapport 258: ‘Een Nieuwe Koekelt - Kloppend groen hart van Ede' is te downloaden vanaf de projectsite <A href="http://www.wetenschapswinkel.wur.nl/NL/projecten/Projecten2009/tuinenpark/">Van nutstuinen naar een tuinenpark</A>.<BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Nieuwe versie Landelijk Grondgebruikbestand Nederland gereed</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/nieuws/Nieuwe_versie_LGN.htm</link><pubDate>Thu, 10 Dec 2009 11:44:05 GMT</pubDate><guid>{DADCE379-271C-4E8E-9F97-37C4E10A87BA}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG>De nieuwste versie van het Landelijk Grondgebruikbestand Nederland (LGN) is klaar. Sinds 1986 maakt Alterra iedere 3 tot 5 jaar een overzicht van het grondgebruik in Nederland, LGN genaamd. Zojuist is de zesde versie in de serie afgerond. Deze nieuwste versie (LGN6) onderscheidt 39 landgebruikstypen.</STRONG> </P>
<P>Gerard Hazeu: “LGN6 is een grid-bestand met een ruimtelijke resolutie van 25 x 25 meter met als referentiejaar 2007/ 2008. In het bestand worden de belangrijkste landbouwgewassen, bos, water, natuur en stedelijke klassen onderscheiden. Het gebruik van de reeks bestanden maakt het mogelijk om de ruimtelijke veranderingen in landgebruik voor de periode 1995 – 2008 te monitoren.” </P>
<P>Het LGN6 bestand heeft ten opzichte van LGN5 enkele belangrijke veranderingen ondergaan, zegt Gerard Hazeu. “De geometrie en thematiek op hoofdklassen is nu volledig gebaseerd op het Top10vector-bestand, versie 2006. Daarnaast hebben we aansluiting gezocht bij andere landelijke bestanden, zoals het Bestand BodemGebruik (BBG2003), Begrenzing Bebouwd Gebied (BG2003) en de Basiskaart Natuur (BKN2007). Het stedelijk gebied, de duinen, natuurgraslanden en rietmoerassen zijn uit deze bestanden overgenomen.”</P>
<P>De landbouwgewassen zijn net als in LGN5 op basis van een multi-temporele NDVI classificatie van satellietbeelden uit 2007/2008 onderscheiden. Met een visuele vergelijking van satellietbeelden en luchtfoto’s uit 2003/2004 met beelden uit 2007/2008 zijn de ruimtelijke veranderingen in landgebruik tussen LGN5 en LGN6 geïnterpreteerd. Kwelders, hoogveengebieden en overig moeras zijn gedefinieerd op basis van met name LGN5. De bossen en heide zijn opnieuw geclassificeerd op basis <BR>van satellietbeelden uit 2007/2008. <BR><BR>LGN6 bestaat uit het LGN6-gridbestand, monitoringsbestanden, het gewaspercelen-bestand, metadata en ArcGIS layerfiles. De bestanden worden gebruiksklaar geleverd in ARC/INFO GRID formaat.  </P>
<P> <BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>news</category></item><item><title>Scaling and Governance Conference 2010</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/Scaling_and_Governance_Conference_2010.htm</link><pubDate>Mon, 01 Mar 2010 10:28:19 GMT</pubDate><guid>{B2F253C1-C30A-4938-802D-42A240221D29}</guid><description><![CDATA[<STRONG>Policies have many impacts on environmental and human processes at different spatial and temporal scales. Climate change, biodiversity, energy consumption, water resource management, and food security are a few of the many examples illustrating the complex multi-scale interactions within and between environmental and human processes. This observation fits well within a long history of disappointments in policy and management related to our environment and indicates that scale sensitive governance approaches are required.<BR><BR></STRONG>Wageningen UR invites participants of the conference to discuss integrative concepts, methodologies, and case studies related to scaling and governance issues in complex systems. Anticipated outcomes of the conference include an international research agenda and recommendations for scale-sensitive governance approaches.<BR><BR><BR><STRONG>
<P align="center">10-12 November 2010, Wageningen<BR> "Towards a New Knowledge for Scale Sensitive Governance of Complex Systems"<BR></STRONG></STRONG><BR><BR></P>
<P>On Wednesday November 10, 2010 a pre-conference will be held for PhD students. </P>
<P>The conference is organized by Wageningen UR as part of the Scaling & Governance Investment Program. The Global Land Project and the Earth System Governance Project endorse the conference.</P>
<P><STRONG>Abstract submission:</STRONG><BR>Due date for abstract submission: May 31, 2010.</P>
<P><STRONG>>></STRONG> For more information please visit: <A href="http://www.scalinggovernance.wur.nl/UK/Conference" target="_blank"><FONT color="#810081">www.scalinggovernance.wur.nl/UK/Conference</FONT></A></P>
<P> <BR> <BR></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item><item><title>International postgraduate course on Soil and Plant Analysis and Data Handling</title><link>http://www.alterra.wur.nl/NL/nieuwsagenda/agenda/International_postgraduate_course_.htm</link><pubDate>Mon, 26 Oct 2009 13:07:17 GMT</pubDate><guid>{8D8D9AA5-DD67-490C-8E3F-32FCF97B1ECE}</guid><description><![CDATA[<P><STRONG class="paragraph_titel_2">International postgraduate course on Soil and Plant Analysis and Data Handling <BR>13 September 2010 - 9 October 2010</STRONG></P>
<P>In the fields of soil fertility, soil chemistry and soil hygiene knowledge and understanding of the<BR>behaviour of nutrients and pollutants have augmented substantially in recent years. This has<BR>resulted in the application of improved and more advanced analytical methods for soils, plants<BR>and sediments, often requiring the use of increasingly sophisticated instrumentation. These<BR>developments, together with the growing numbers of samples many laboratories are presented<BR>with, make high demands on analytical and computing skills. To keep abreast of developments,<BR>staff charged with laboratory work in soil and plant analysis should upgrade their knowledge and<BR>skills in these new areas.</P>
<P>The Department Soil Quality of the Wageningen University (WU) offers its regular students<BR>courses on soil and plant analysis at a postgraduate level. Parts of these courses are now<BR>available to others through the establishment of this Short Postgraduate Course (4 weeks) on Soil<BR>and Plant Analysis and Data Handling.<BR>The course is a possible tool towards better laboratory performance, insight in procedures, and<BR>management. Improvements may be expected in efficiency and quality. Improved quality control<BR>can minimize errors and ensure customer satisfaction, whereby the reputation of the laboratory<BR>could be enhanced.</P>
<P><A href="http://www2.alterra.wur.nl/internet/webdocs/internet/soq/education/courses/SPA-course%20information.pdf" target="_blank"><FONT color="#810081">>> more information</FONT></A></P>]]></description><author>Persvoorlichting</author><category>agenda</category></item></channel></rss>