In zijn proefschrift 'Expeditie Agroparken. Ontwerpend onderzoek naar metropolitane landbouw en duurzame ontwikkeling' heeft Peter Smeets zeven initiatieven voor agroparken onderzocht. Vier daarvan zijn projecten in Nederland (Deltapark in het havengebied van Rotterdam, Agrocentrum Westpoort in het havengebied van Amsterdam, het Nieuw Gemengd Bedrijf in Horst aan de Maas en het Biopark Terneuzen), twee in China en een in India. Daarvan zijn Biopark Terneuzen en een van de Chinese projecten operationeel. In de andere gevallen gaat het om projecten die in diverse stadia van oriëntatie of voorbereiding verkeren.
In agroparken vinden allerlei vormen van hoogwaardige agrarische productie plaats. Glastuinbouw en dierlijke productie van vlees en melk worden er gekoppeld aan de industriële verwerking van landbouwproducten. De kringlopen van water, mineralen en gassen worden gesloten en het gebruik van fossiele energie wordt geminimaliseerd, met name door verwerking van verschillende stromen rest- en bijproducten. Ook niet-landbouwfuncties zoals energieproductie en afval- en watermanagement worden geïntegreerd in de bedrijfsvoering van deze parken.
Een agropark is te zien als de toepassing van industriële ecologie in de agrosector. Een aspect dat maatschappelijk veel ter discussie staat, is de ruimtelijke inpassing van agroparken. Er moet zeer bewust worden gekozen voor een goede locatie en kwaliteit in het ontwerp. En de logistiek moet zo geregeld worden dat belastende vervoersstromen tot een minimum worden beperkt. De betrokkenheid van lokale burgers bij de besluitvorming is essentieel.
Op diverse plaatsen zijn er georganiseerde campagnes gaande tegen de komst van agroparken. De initiatiefnemers hiervan zeggen begaan te zijn met het milieu en dierenwelzijn. Volgens de auteur Peter Smeets gaan deze acties volledig voorbij aan de aantoonbare verbeteringen van milieu en dierenwelzijn die agroparken zowel in Nederland als elders op de wereld kunnen realiseren. “Het gaat bij agroparken,” zegt hij ter toelichting, “uitdrukkelijk niet om ‘megastallen’ of ‘varkensflats’. Ik vind dat dergelijke stigma’s een adequate discussie over de volgende innovatiestap in de landbouwproductie vertroebelen en belemmeren.”