Radioactiviteit als hulp bij bodemkartering

  Nieuws
  Persvoorlichting
  Archief
  Nieuws
  2011
  2010
  2009
  2008
  2007
  2006
  2005
  2004
  2003
  Agenda
  RSS
  Agenda
  Congres Ondernemen met Groen

27 apr 2009
Onderdeel: Alterra

De mogelijkheden voor natuurontwikkeling op voormalige landbouwgronden worden sterk bepaald door de fosfaattoestand van de bodem. Maar het verkrijgen van vlakdekkende informatie daarover is duur en arbeidsintensief. Een nieuwe methode, met behulp van natuurlijke radioactiviteit, lijkt echter veelbelovend als middel om de fosfaattoestand in kaart te brengen.

Alterra-onderzoeker Rolf Kemmers keek of de zogenoemde ‘GM Soil Meter’ gebruikt kan worden om de bodem vlakdekkend te scannen op de beschikbaarheid van fosfaat. Hij deed een proef bij een natuurontwikkelingsproject in de benedenloop van het Hunzedal, in samenwerking met The Soil Company, een klein innovatief bedrijf dat samen met de Rijksuniversiteit Groningen en Medusa Explorations dit apparaat heeft ontwikkeld. Zo kunnen bodemeigenschappen met een hoge resolutie in kaart worden gebracht. Het apparaat heeft zijn nut al bewezen bij precisielandbouw en het beheer van sportvelden.

Rolf Kemmers: “De GM Soil Meter is een ontvanger waarmee natuurlijke radioactiviteit uit de bovenste bodemlaag, tot zo’n 30 cm diep, in de vorm van gammastraling kan worden gedetecteerd. Het apparaat wordt gemonteerd op een voertuig waarmee je over het terrein rijdt, en het is gekoppeld aan een GPS-meter. Het principe is gebaseerd op de wisselende samenstelling van diverse radioactieve elementen in het moedermateriaal van de bodem en de mate waarin deze nucliden worden gebonden aan klei-, silt- en zanddeeltjes. Zo kunnen de fysische en chemische eigenschappen van de bodem in kaart worden gebracht.”

De bevindingen van het apparaat werden gecontroleerd door bodemmonsters. Daaruit bleek dat de bodemchemische parameters goed tot zeer goed uit de gammaspectra lijken te kunnen worden verklaard. Rolf Kemmers: “Zo konden we op basis van de fosfaattoestand van de bodem in dit gebied precies aangeven waar ten behoeve van natuurontwikkeling de bodem moet worden afgegraven, waar niet, en waar uitmijnen (maaien en afvoeren) de beste oplossing was. De verkregen ruimtelijke informatie over de fosfaattoestand was zeer gedetailleerd. Waarschijnlijk zelfs gedetailleerder dan een kraanmachinist lief is.”

>> Alterrarapport 1728

 


Print nieuwsbericht

Meer over dit onderwerp
Contact
Meer informatie:
drs. R.H. (Rolf) Kemmers
»  meer Contact