Bij de aanwijzing van de huidige landbouwontwikkelingsgebieden zijn deze niet getoetst op geschiktheid voor de vestiging van megastallen. Toch is het aantal megastallen in Nederland tussen 2000 en 2005 toegenomen van 104 tot 184. Het merendeel van deze megastallen staat in Noord-Brabant, Friesland en Limburg. Momenteel is in deze stallen slechts twee procent van de huidige veestapel gehuisvest. Als de trend zich doorzet neemt in de komende twintig jaar het aantal megastallen toe tot minimaal 1000, waarin afhankelijk van de omvang van de bedrijven, 15 tot 50% van de veestapel gehuisvest zal zijn.
Dit blijkt uit cijfers van de quick scan ‘Megastallen in Beeld’ dat het Wageningse onderzoekinstituut Alterra in opdracht van het ministerie van VROM heeft
uitgevoerd. “Megastallen” wordt door de onderzoekers gedefinieerd als stallen op één locatie met minstens 250 melkkoeien, 7500 vleesvarkens of 120.000 leghennen. In vergelijking met andere Europese landen moet Nederland wat betreft de grootste stallen Italië, Frankrijk en Duitsland voor laten gaan.
Het toelaten van de grootschalige veehouderijen staat momenteel ter discussie. Omwonenden protesteren tegen de komst van megastallen in hun achtertuin, tegenstanders van intensieve veehouderij suggereren dat de komst van megastallen leidt tot meer dierenleed en milieuvervuiling. Bestuurders geven aan dat de ontwikkelingen passen binnen het huidige beleid. Uit de quick scan blijkt dat het effect van megastallen op de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied afhangt van het schaalniveau waarop je deze ontwikkeling beoordeelt.
Bijschrift figuur: Het aantal megastallen per provincie als percentage van het totaal in Nederland (184 megastallen). Bron: Gezondheidsdienst voor Dieren, 2005.
Op regionale schaal bieden megastallen voordelen voor landschap en milieu. Door een sterkere concentratie van de veehouderij op één locatie kunnen andere gebieden ontlast worden. Ook moeten er op grotere bedrijven meer emissiebeperkende maatregelen genomen worden dan op kleinere bedrijven. Op lokaal niveau kan de belasting van de leefomgeving juist toenemen door geuroverlast, toename van het aantal vervoersbewegingen en afname van de openheid van het landschap. De infrastructurele geschiktheid van het gebied, de ligging ten opzichte van de toeleverende en verwerkende industrie en het karakter van het landschap zijn daarom belangrijke criteria voor de keuze van gebieden voor grootschalige ontwikkelingen. Bij de aanwijzing van de huidige landbouwontwikkelingsgebieden is daar niet op getoetst. Ook zou er aandacht moeten komen voor de visuele kwaliteit van de agrarische bebouwing. Met landschappelijke en architectonische maatregelen is het mogelijk om de verschijningsvorm van de grootschalige complexen te laten uitstijgen boven de huidige traditionele vormgeving.
“Megastallen in beeld” (Alterra-rapport 1581) [4,5Mb]
Auteurs: Gies, Edo, Jaap van Os, Tia Hermans & Rik Olde Loohuis;