Jaarlijks wordt er een veelheid aan dierproeven uitgevoerd met waterorganismen. Er is daarentegen nog nooit systematisch onderzoek gedaan naar de relatie tussen de gevoeligheid van deze diersoorten voor chemische verontreinigingen en hun fysieke, biologische en ecologische eigenschappen. Dit terwijl kennis over deze relatie buitengewoon belangrijk is om de risico's van chemische stoffen op ons milieu te kunnen beoordelen. Alterra-onderzoeker dr. Paul van den Brink gaat zo'n onderzoek nu beginnen. Voor zijn onderzoekvoorstel kreeg hij onlangs de buitengewoon prestigieuze CEFIC-SETAC Innovative Science Award van 100.000 euro uitgereikt.
Van den Brink gaat samen met collega's een model ontwikkelen waarmee de respons van aquatische diersoorten op bepaalde chemische stoffen kan worden voorspeld. Tot nu toe worden in het ecotoxicologische onderzoek de verschillen in gevoeligheid van soorten voor chemische stoffen vooral via statistische methoden beschreven. We weten zo wel dat de ene diersoort gevoeliger is dan de andere, maar we begrijpen niet waarom dat zo is. Het onderzoek is dan ook volledig gericht op juist die vraag.
Hiervoor onderzoekt Van den Brink de invloed op de gevoeligheid van diverse onderdelen van het bouwplan van die soorten, bijvoorbeeld de kieuwen waarmee zij ademhalen en dus chemische stoffen kunnen opnemen, de grootte van het dier (de oppervlakte-inhoudsratio) omdat de mate van blootstelling aan stoffen daarmee samenhangt, de huideigenschappen (het ligt voor de hand dat een harde chitinehuid betere bescherming biedt dan een zachte huid) en het hebben van verschillende enzymsystemen (omdat sommige chemische middelen daarop ingrijpen). Het onderzoek zal plaatsvinden bij diverse aan water gebonden soorten, zoals watervlooien, eendagsvliegen, vlokreeften, zoetwaterkreeften en dergelijke.
Aan het eind van het project hopen Van den Brink en zijn collega's een goed inzicht te hebben in de relatie tussen de eigenschappen van diersoorten en hun gevoeligheden voor chemische stoffen. Zo hopen zij te komen tot een verbeterde milieu-risicobeoordeling (normstelling) van chemische stoffen, vermindering van het aantal dierproeven en een verbeterde methode om de diagnose van verminderde waterkwaliteit te koppelen aan een bepaalde verstoring. Van den Brink: "Als we begrijpen waarom de ene soort gevoeliger is voor een bepaald middel dan andere soorten, dus als we weten hoe het gevoeligheidsmechanisme precies werkt, dan kun je voorspellen welke soorten relatief heel gevoelig op die stof zullen reageren. De risicobeoordeling kunnen we dan op deze soorten richten en de ongevoelige soorten buiten beschouwing laten. Dan zijn er ook minder dure en ethisch gevoelige onderzoeken zoals dierproeven nodig. In verband met de steeds strenger wordende Europese regelgeving, zoals de Kaderrichtlijn Water en de nieuwe Europese toelatingsprocedure van chemische stoffen REACH, is dit buitengewoon belangrijk."