In 1995 kwam het Friese Gaasterland massaal in opstand tegen de plannen om 550 ha landbouwgrond in natuur te veranderen. De opstand had effect. Toenmalig minister Van Aartsen van LNV en de provincie Friesland gaven ruimte voor het experiment Gaasterland. Vrijwilligheid en natuurbeheer door boeren en particulieren stonden centraal. In dit experiment is in de afgelopen vijf jaar veel bereikt, maar de natuurresultaten zijn nog wel te verbeteren. Hiervoor is het noodzakelijk dat de verschillende organisaties lokaal beter gaan samenwerken. Dit is vooral belangrijk voor de aanleg van 'moeilijke' natuur als heide, bos en houtwallen en het verbeteren van de weidevogelstand, zo blijkt uit onlangs gepresenteerd onderzoek van Alterra.
In Gaasterland werd de 550 ha natuur uit het oorspronkelijke plan vervangen door een 'natuurmeetlat' en de opdracht om voor 2018 met verschillende natuurdoeltypen 5.600 punten te halen. Een hectare nieuwe natuur krijgt afhankelijk van de moeilijkheidsgraad 1 tot 10 punten. Voor de uitvoering hiervan is de vereniging Bosk & Greide opgericht. Alterra heeft vanaf 2000 het proces van uitvoering én de natuurresultaten van het experiment onderzocht. Het procesonderzoek beschrijft de aanvankelijke verwijdering tussen Bosk & Greide (en de streek) en de overheden/natuurorganisaties die de natuurplannen steunden. Langzamerhand is de samenwerking en de vertrouwensrelatie met vooral de provincie hersteld. De lokale verhoudingen met de natuurorganisaties zijn pas de laatste jaren verbeterd, ook door concrete samenwerking. Verder blijkt dat de belangstelling (en deelname) van boeren en particulieren voor natuurbeheer mede dankzij Bosk & Greide sterk is gegroeid.
Alterra heeft ook de natuureffecten van de onderdelen weidevogelbeheer en botanisch beheer onderzocht. Weidevogelbeheer is populair onder de Gaasterlandse boeren, maar de resultaten vallen vooralsnog niet echt mee. Dit sluit overigens aan bij het landelijke beeld. Ook voor botanisch beheer is veel belangstelling bij zowel boeren als particulieren. Het beheer draagt hier vooral bij aan het behoud van botanisch waardevolle percelen.
Op donderdag 6 april heeft directeur-generaal prof.dr. André van der Zande van het ministerie van LNV de rapporten op een symposium in Gaasterland officieel namens minister Veerman in ontvangst genomen.