Het gaat weer goed met de zeehonden in de Waddenzee. Dat geldt voor beide soorten die er voorkomen: de gewone zeehond en de grijze zeehond. Het wetenschappelijk onderzoekinstituut Alterra, onderdeel van Wageningen UR, heeft in opdracht van het ministerie van LNV ook in 2005 de jaarlijkse vliegtellingen voor beide soorten uitgevoerd. Daaruit blijkt dat de groei van beide soorten zich sterk doorzet en we zonder reserve positief kunnen zijn over de conditie en toekomst van de kolonies die de Nederlandse Waddenzee bevolken.
De gewone zeehond
De gewone zeehond doet zijn naam weer eer aan. Deze soort is weer op veel plaatsen in de Waddenzee in grotere aantallen te zien. Dit ondanks de virusepidemie die in 2002 uitbrak en waarbij ongeveer 50% van alle gewone
zeehonden stierven. Bij de vliegtellingen van dit jaar werden in augustus maximaal 3443 dieren geteld. Ongeveer 30% van de dieren komt bij laagwater niet op de zandbanken en daarom wordt de totale populatie op circa 5000 dieren geschat. Tijdens de geboorteperiode, juni-juli, was het maximum aantal getelde jongen 891 en daarmee komt het geboortepercentage (maximum aantal getelde jongen / maximum getelde totaal aantal) op 25.9%. Dat is erg hoog want meestal is dat voor deze soort ongeveer 20%. Wanneer we naar de gemiddelde populatiegroei sinds de virusepidemie kijken, dan bedraagt die 22.8%. Dat is eveneens hoog vergeleken met de al sterke groei van 16% van de jaren voor de virusuitbraak.
Deze getallen tonen dat de overlevende dieren in de populatie de virusziekte in het algemeen goed doorstaan hebben en een uitstekend herstelvermogen bezitten. De conditie van de dieren is kennelijk uitstekend en er worden veel jongen geboren. Met het huidige tempo van de groei zal binnen twee jaar het aantal zeehonden in de Nederlandse Waddenzee weer ruim 6000 dieren bedragen en daarmee terug zijn op het oude niveau van vlak voor de epidemie. Dit voorspoedige herstel is niet alleen te zien in het Nederlandse deel van de Waddenzee, maar ook in de gehele internationale Waddenzee van Den Helder tot Esbjerg in Denemarken. De gehele Waddenzee-populatie groeide sinds de laatste virusepidemie met ruim 15% en bedraagt in 2005 circa 21.000 dieren.
De grijze zeehond
De andere soort zeehond die in de Waddenzee voorkomt is de grijze zeehond. Die is vooral herkenbaar aan zijn lange snuit en wordt daarom ook wel kegelrob genoemd. De grijze zeehond was bij het begin van onze jaartelling een algemene verschijning in de Waddenzee. Gedurende de Middeleeuwen is hij echter door overbejaging vrijwel geheel uit de Waddenzee verdwenen. Vanaf 1980 ongeveer werden weer kleine aantallen gezien. Pas op het eind van de jaren tachtig werden een paar kolonies duidelijk groter en werden de eerste jongen geboren. De toename in de laatste decennia is vooral te danken aan de sterke immigratie van vooral jonge dieren uit Schotland en de Engelse oostkust. De grootste kolonies grijze zeehonden in de gehele Waddenzee worden in het westelijk deel van de Nederlandse Waddenzee geteld. In het voorjaar van 2005 waren dat er 1500. In die kolonies zijn in het geboorteseizoen december 2004-januari 2005, minstens 200 jongen geboren. Verder worden grotere kolonies grijze zeehonden gezien bij Amrum in Sleeswijk-Holstein (circa 150-200 stuks) en bij Helgoland (circa 200 stuks). Nederland herbergt dus ruim driekwart van alle grijze zeehonden in de internationale Waddenzee.
De kolonies in de westelijke Waddenzee bij Texel, Vlieland en Terschelling groeien zeer snel. De toename in het seizoen 2004/2005 bedraagt 35%. Dit is uitzonderlijk hoog vergeleken met de gemiddelde jaarlijkse aanwas sinds 1980 van 19%. Die recente aanwas kan niet worden verklaard door het aantal geboortes van minstens 200 in 2004/2005. Immigratie vanuit Schotland en de Engelse oostkust is de belangrijkste factor die deze voorspoedige ontwikkeling mogelijk maakt.
De conclusie is dan ook dat het goed gaat met de grijze zeehond en dat 1 op de 3 getelde zeehonden in de Nederlandse Waddenzee een grijze zeehond is. Dat houdt in dat de grijze zeehond weer een volwaardig en volwassen onderdeel van onze wilde fauna is. Om daar ook een verantwoord natuurbeleid en natuurbeheer te kunnen voeren is een goede ecologische kennis van deze voor ons nog vrij onbekende soort nodig. Daarom is Alterra op verzoek van LNV begonnen met een langjarig onderzoek naar de aantalontwikkelingen en verspreiding van de grijze zeehond en hoe zij hun leefgebied gebruiken.